Frans feuilleton - 3

Jantien keek om zich heen, het hoogpolig groen op de vloer dat doorliep tot aan de randen van het bad, het barokke groengouden behang achter de wastafel, de wufte kroonluchter aan het plafond.

Frans feuilleton - 3

Het sneeuwde toen ze aanbelde en dat was ook meteen het eerste wat ze Claudine hoorde zeggen – Claudine Ferrand, moeder van drie, opgegroeid in de stad waar ze nog altijd woonde, afgestudeerd juriste, hobby’s tekenen en bridgen – of ze wel wist dat het hier al twintig jaar niet meer gesneeuwd had en of het in Nederland ook zo sneeuwde, had ze de sneeuw meegenomen misschien? Haar stem kwam van boven en ze begon te zwaaien toen Jantien haar in de deuropening ontwaarde.

... ze moest er niet aan denken om acht maanden lang mevrouw te worden genoemd...

Zeulend met haar koffer beklom ze de uitgesleten marmeren traptreden die zich rond een gietijzeren hekwerk de hoogte in werkten. Claudine maakte ruimte om haar door te laten – een van de deuren kon niet meer open, verklaarde ze. Ze had een smal gezicht, bleek, geen make-up, een eenvoudige paardenstaart. Het lichtblonde van de foto’s die Jantien van het bureau had ontvangen had plaatsgemaakt voor een onbestemde peper- en zoutkleur. Claudine, zei ze terwijl ze haar hand uitstak, en zo moest Jantien haar ook maar noemen, ze moest er niet aan denken om acht maanden lang mevrouw te worden genoemd, dat wilde ze absoluut niet. Jantien voelde zich betrapt; mevrouw zeggen, het was niet eens in haar opgekomen.

Jantien volgde Claudines galmende hakken een smalle schemerige gang in. Ze had haar koffer in haar ene hand en haar rugzak, jas en sjaal over haar andere arm en probeerde uit alle macht nergens tegenaan te stoten. Daardoor botste ze wel bijna tegen Claudine op toen die aan het eind van de gang halthield en een deur opende: dit is jouw kamer en voilà, dit is je badkamer, ze opende een binnendeur –je hoeft dus niet over de gang, ik vrees alleen dat het slot van de badkamerdeur die uitkomt op de gang, daar moet nog iemand voor komen.

Oh, en even over Thierry, pak hem gerust aan, zeker in het begin, hij loopt zo over je heen...

Jantien keek om zich heen, het hoogpolig groen op de vloer dat doorliep tot aan de randen van het bad, het barokke groengouden behang achter de wastafel, de wufte kroonluchter aan het plafond. Achterin is het toilet, wees Claudine en Jantien knikte; de kinderen mogen hier absoluut niet komen, dit zijn jouw kamers, dus als ze dat toch doen kun je ze gewoon wegsturen, ze weten dat dit de vleugel van de au pair is, maar de laatste maanden stond het leeg en ze zijn zo gemakzuchtig, elke stap is er een te veel, maar je stuurt ze gewoon weg, aan de andere kant van de gang hebben zij hun eigen badkamer voor overdag. Jantien bleef knikken – een badkamer voor overdag? – maar Claudine ging alweer door: ze komen zo uit school, dus als je je even op wilt frissen, dan zie we je over een half uur in de salon. Oh, en even over Thierry, pak hem gerust aan, zeker in het begin, hij loopt zo over je heen, zo brutaal, zeker sinds de zomer, sinds mijn man. En toen stokte ze. Met een abrupte beweging draaide ze zich om en verdween de gang in - God weet waar naartoe, dacht Jantien. Ze liep terug haar kamer in; opfrissen in dat vreemde groene boudoir dat haar badkamer was zou ze straks wel doen.

Getoeter, geschreeuw, nog meer getoeter.

Ze schoof de kanten gordijnen opzij en keek naar buiten. Tegenover haar, aan de andere kant van de tweebaansweg, blonken een paar fel uitgelichte Renaults haar tegemoet. Direct naast de showroom pakte een klein mannetje in een kreukelige grijze overall de benzineslang uit de pomp en draaide tegelijkertijd de benzinedop van een auto los. Pas toen de overall de slang weer terug had gehangen en een roffeltje op het autodak gaf, kwam de bestuurder zijn auto uit. Naast de garage stond een hoge flat, op sommige balkonnetjes hing het wasgoed roerloos aan de lijn. Vlak voor de ingang van de flat lag een verlaten speelveldje met twee doeltjes zonder net, enkel een smalle stoep scheidde het van de weg. Voor het stoplicht stond een rij auto’s te wachten en uit een zijstraat schoot een brommertje tevoorschijn die schijnbaar zonder te kijken meteen de kleine rotonde op reed. Getoeter, geschreeuw, nog meer getoeter. Even later sprong het stoplicht op groen en begonnen de auto’s te rijden. Het brommertje was allang verdwenen.

... hoe hadden de andere au pairs dat gedaan?

Ze gooide haar koffer open en ontdekte dat er te weinig hangertjes in de kast hingen. Ze stapelde haar spijkerbroeken op elkaar, ondergoed en sokken ernaast. Een lade zou ook handig zijn geweest, hoe hadden de andere au pairs dat gedaan? Haar dagboek en pennen, schrijfblok, enveloppen, agenda en foto’s legde ze op het bureau, haar boeken zette ze op de smalle boekenplank, naast de rij woordenboeken die er al stonden. Ze pakte het woordenboek Frans-Nederlands maar er viel meteen een katern uit en toen ze wat beter keek, zag ze dat de boekrug de rest van de katernen nog maar net bij elkaar wist te houden. Voorzichtig zette ze het terug. Slaakte een diepe zucht. Dit is het voorlopig, dame, mompelde ze bij zichzelf.

Wil je je waardering laten blijken en mijn werk een steuntje in de rug geven? Dat kan. Jouw donatie helpt mij mooie verhalen te blijven schrijven.

Dank je wel!

Doneer
Frans feuilleton - 2
... in het Frans klinkt haar naam sprankelend en sierlijk, vindt ze zelf.
Frans feuilleton - 1
... een vader, een moeder, drie kinderen, almaar zo ontzettend gelukkig in de camera kijkend.