Ontzag

... met een mulodiploma op zak kreeg je geen eelt op de handen maar een nette kantoorbaan.

Ontzag
boerderij de Reijgerburgh, Sint-Maartensdijk

De Viets vader had wel een landje, dat hadden de meeste arbeiders, zo legt hij uit. De oogst was vooral voor eigen gebruik en als er iets overbleef, ging het naar de veiling. Zo kon je als arbeider nog wat bijverdienen en als je geluk had hield je er net genoeg aan over om een van de kinderen te laten doorleren. Voor de meeste arbeiderskinderen bleef de HBS in Bergen op Zoom – waar Bella Hage naartoe ging – echter iets onbereikbaars. De arbeiderskinderen die goed konden leren, gingen meestal naar de technische school of de Mulo. Dat betekende al een enorme stap vooruit: met een mulodiploma op zak kreeg je geen eelt op de handen maar een nette kantoorbaan.

Het was geen huis waar je zomaar even naar binnen stapte.

Ik vraag me af hoe ik de familie Hage in het Sint-Maartensdijk uit Keeties jeugdjaren precies moet plaatsen. Wat ik van De Viet, een arbeiderskind, meekrijg is ontzag – ontzag voor zo’n groot erf, ontzag voor de mensen die zo’n groot erf bezitten, zo’n grote boerderij bezitten. Het was geen huis waar je zomaar even naar binnen stapte. Ik probeer het naast mijn eigen jeugd als arbeiderskind te leggen. Ik was me er altijd wel van bewust dat mijn vader op zijn werk in een overall rondliep terwijl de vaders van mijn klasgenoten op een kantoor werkten – op het gemeentehuis, aan de universiteit, bij een laboratorium, een verzekeringskantoor. En ik voelde dat verschil ook wel, maar het was niet zo dat ik niet bij mijn vriendinnen over de drempel durfde te stappen.

Bij mijn vriendinnen thuis ging het er allemaal wat beschaafder aan toe.

Het zat ‘m eerder in de manier van praten, zinnen zonder woorden als gezeik, gelul en godverdomme, zonder het platte accent ook. Bij mijn vriendinnen thuis ging het er allemaal wat beschaafder aan toe. Tegelijkertijd woonden de meeste van mijn klasgenoten in dezelfde jaren 70-wijk als ik; wij in een huurhuis, zij in een koopwoning. Maar doordat alle huizen, straten, speeltuintjes en plantsoenen in onze bloemkoolwijk zo op elkaar leken, viel het verschil niet zo op. Dat was voor De Viet wel anders: zijn armoedige arbeidersbuurtje in het dorp stak buitengewoon schril af tegen de ontzagwekkende boerderij Reijgerburgh in het buitengebied. Misschien niet zo gek dat hij er niet naar binnen durfde.