Zonnehuis

Ik las Zonnehuis van Marja Pruis. Een groots geschreven klein verhaal.

Zonnehuis

‘Ik denk dat je dit wel mooi vindt,’ zei mijn redacteur. Ze hield een klein boekje omhoog, een prachtig lieveheersbeestje op het omslag. Zonnehuis heet het, van Marja Pruis. Een boekje in de serie Terloops van Van Oorschot. Nog diezelfde avond begin ik te lezen. Nog geen drie zinnen later sta ik op de markt, waar Pruis haar nicht tegen het lijf loopt. Ik houd van verhalen die je meteen ergens doen belanden. Geen gedoe met introducties, nee, meteen bam.

Op de tweede pagina pak ik mijn potlood erbij om een zin te onderstrepen:

‘Je houdt je aan je afspraak. Dat is het idee dat ik vanuit huis meekreeg. Als je er goed naar luistert, hoor je dat daar iets achter zit.’

Twee pagina’s en Pruis heeft me al helemaal ingepakt. Die zin – en ik zie meteen mijn eigen familie, de dingen die we deden en niet deden, de regels die daarbij hoorden – nooit uitgesproken en daardoor des te duidelijker – en de onderstroom van verwijten, soms onbedoeld. Soms.

Zonnehuis telt nog geen zeventig pagina’s, maar in die pagina’s weet Pruis een complete familiegeschiedenis op te tekenen. Je voelt het verdriet, de spijt, het mededogen ook. Toch gaat het verhaal geen moment ten onder aan het gewicht dat erachter schuilgaat – integendeel, zou ik willen zeggen. Een groots geschreven klein verhaal, dat is het. Zonnehuis. Mooi.